Cookie instellingen

  • Wij plaatsen functionele cookies, waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten.

nlen
Terug naar overzicht

Inventarisatie asbestverdachte daken

Readar heeft inmiddels voor meer dan 140 gemeenten asbestdaken in kaart gebracht. Gemeenten die nog twijfelen stellen ons regelmatig de vraag ‘Wat kunnen we ermee?’ Ook is men erg nieuwsgierig naar wat andere gemeenten met de data hebben gedaan. In deze blog behandelen we de 5 meest voorkomende toepassingen van data over asbestdaken.

 

1. Waar staan we?

De nummer 1 reden om een inventarisatie te laten uitvoeren, is dat men wil weten waar de gemeente staat. Hoe groot is het probleem van asbestdaken in onze gemeente? Vaak worden deze vragen gesteld door de raad of het college. De vier belangrijkste vragen zijn:

  • Hoeveel panden binnen de gemeente zijn verdacht?
  • Hoeveel vierkante meter asbestverdacht dak ligt er?
  • Waar ligt het?
  • Wat voor type panden/eigenaren zijn het?

Een inventarisatie op basis van luchtfoto’s in combinatie met andere databronnen geeft antwoord op al deze vragen.

 

2. Eigenaren informeren over het verbod

Als er eenmaal data beschikbaar zijn, is de meest laagdrempelige maatregel het informeren van de eigenaren. Hiervoor horen we vaak twee redenen.

  • Eigenaren zijn in principe zelf verantwoordelijk, maar gemeenten voelen zich toch verantwoordelijk om hen te informeren. In sommige gevallen wordt hier ook meer juridisch naar gekeken, als vorm van dossieropbouw. Indien gemeenten in 2025 gaan handhaven, dan staan zij niet sterk als er nooit geïnformeerd is.
  • Preventie van illegale saneringen. De gedachte is als volgt: als een eigenaar van een asbestdak weet dat dit bij de gemeente bekend is, dan gaat hij mogelijk minder snel tot illegale sanering over. We formuleren het voorzichtig, omdat hier geen bewijs voor is. Het beleid omtrent de milieustraat (wel of niet gratis asbest inleveren) is daarin ook zeker relevant.

Voordat een brief verstuurd kan worden, moet eerst een adres bekend zijn. Veel panden hebben geen adres, denk aan schuren op een agrarisch erf of carports. Readar heeft een methode ontwikkeld om voor dergelijke panden toch een adres te kunnen bepalen. Als de adressen bekend zijn, adviseert Readar om minimaal 2 verschillende brieven te versturen:

  • Aan eigenaren van daken kleiner dan 35m2, zij mogen het dak zelf verwijderen. Wij adviseren minimaal te verwijzen naar de voorlichtingsfilm van Milieu Centraal en tevens naar de mogelijkheid om het asbest gratis af te leveren bij de milieustraat (indien van toepassing).
  • Aan eigenaren van daken groter dan 35m2. Dit is maatwerk, afhankelijk van het beleid van de gemeenten. Sommige gemeenten kiezen er bijvoorbeeld voor deze brieven nog verder uit te splitsen naar doelgroepen.

De data van Readar voorzien erin om dergelijke verzendlijsten gemakkelijk op te kunnen maken.

PS: het gaat om verdachte daken, het is dus zaak dit juist te verwoorden, zodat mensen niet onnodig schrik worden aangejaagd.

 

3. Plan van aanpak/beleid vaststellen

Een aantal gemeenten gaat verder dan alleen informeren. Zij willen een actievere rol spelen, bijvoorbeeld door het geven van technisch, fiscaal en subsidieadvies aan eigenaren van grote asbestdaken middels keukentafelgesprekken.

De data over hoeveelheden en doelgroepen vormen de input voor een effectief plan van aanpak. Vaak zien we dat een kleine groep eigenaren meer dan 50% van het oppervlak in bezit heeft, deze groep is vaak zo overzichtelijk dat het persoonlijk benaderen haalbaar en aan te bevelen is. Naast persoonlijk benaderen zijn er ook andere concrete maatregelen, zoals:

Voor een volledig overzicht verwijzen we naar: https://www.asbestversnelling.nl/versnellingsinitiatieven/.

 

4. Vaststellen budgetten

Handhaving is de verantwoordelijkheid van de gemeente, die kan ervoor kiezen om dit uit te besteden aan de omgevingsdienst. Waar de verantwoordelijkheid ook ligt, uiteindelijk is het goed om te weten hoe groot de handhavingsopgave is, zodat hier in de budgetten rekening mee gehouden kan worden.

Het stimuleren van eigenaren om hun dak te saneren is formeel geen taak van gemeenten. Toch kiezen diverse gemeenten ervoor om hier een actievere rol in de spelen, zoals onder het vorige punt is omschreven. Voordat over dergelijke maatregelen besloten wordt, is het goed om te weten hoeveel budget gereserveerd dient te worden. Een keukentafelgesprek met een eigenaar kost geld, het is goed om te weten of er 50 of 500 van dergelijke gesprekken nodig zijn.

 

5. Monitoren voortgang

Bij gemeenten die inzicht hebben in de opgave ontstaat vaak een volgende vraag. Liggen we op koers naar 2025? Deze vraag is relatief eenvoudig te beantwoorden met de volgende formule:

2018 + (totale opgave in m2 / m2 gesaneerd in 2018)  =  geplande einddatum.

De totale opgave is bekend nadat een inventarisatie is uitgevoerd. De vraag hoeveel vierkante meters in een bepaald jaar zijn gesaneerd blijkt in de praktijk lastiger te beantwoorden. Sloopmeldingen zijn vaak het eerste waar mee gewerkt wordt. Helaas blijkt dit in de praktijk onvoldoende om een aantal redenen

  • Een sloopmelding geeft geen verplichting tot sanering, het is dus onzeker of een melding daadwerkelijk is uitgevoerd.
  • Een sloopmelding is op adresniveau, echter op 1 adres bevinden zich vaak meerdere panden, uit de omschrijving blijkt dan niet welk pand het betreft.
  • De omschrijving van een sloopmelding is regelmatig niet eenduidig. Een omschrijving kan zijn: ‘dakplaten verwijderd’, dit kunnen zowel golfplaten als dakbeschot zijn.
  • De metrages ontbreken zo goed als altijd in de omschrijving, het is dan onduidelijk of er 70m2 of 700m2 is verwijderd.

Uiteraard kan een deel van de bovengenoemde hiaten worden aangevuld door de lokale kennis van handhavers. Echter door luchtfoto’s van verschillende jaargangen met elkaar te vergelijken, kan exact worden vastgesteld welke daken verwijderd zijn. Dit heeft twee voordelen:

  • Gerichte handhaving: Als er wel een mutatie is geconstateerd, maar geen sloopmelding bekend is, dan is dat aanleiding voor nader onderzoek. Er is mogelijk sprake van een illegale sanering.
  • Actuele data: De sloopmeldingen kunnen gekoppeld worden aan een pand, waardoor het metrage bekend is en het betreffende pand uit de lijst met verdachte panden kan worden gehaald.

Bent u geïnteresseerd in een inventarisatie van asbestverdachte daken of de monitoring van asbestverdachte daken? Neem dan contact op met Matthijs van Til via 06-54 91 48 58 of via matthijsvantil@readar.com.